Kerstkransjes

Deze kerstkransjes zijn typische koekjes voor de eindejaarsperiode. Vroeger werden ze samen met echte kaarsjes, dennenappels, lintjes, appeltjes, snoepjes … in de kerstboom gehangen.

Wij bakken ze als cadeautje, als dessert op het kerstfeest en vullen er onze koekjestrommel mee voor de bezoekers in de kerstvakantie. De kruidige geur van de koekjes die het huis vult, zorgt meteen voor extra gezelligheid.

Wat heb je nodig?

Voor de koekjes

  • 250 g bloem
  • 1 theelepel bakpoeder
  • 100 g boter (op kamertemperatuur)
  • 1 ei
  • 4 theelepels kerstkruiden (kaneel, kruidnagel, gember, kardemon, piment, nootmuskaat)
  • 9 eetlepels (100 g) bruine suiker
  • parelsuiker of amandelschaafsel

Hoe ga je te werk?

Roer de suiker, kerstkruiden en het ei door de boter tot een romig mengsel.

Voeg de bloem en het bakpoeder lepel per lepel toe en meng deze goed onder het botermengsel.

Kneed het deeg op een bakmat tot een bol. Zorg ervoor dat het deeg heel soepel is en alle bloem goed opgenomen is. Als het deeg te droog is, kan je eventueel een heel klein beetje melk toevoegen.

Duw bloempjes (of andere vormpjes) uit het deeg. Maak in het midden een gaatje, zodat je de koekjes later kan ophangen.

Je kan de koekjes versieren met amandelschaafsel of parelsuiker.

Bak de koekjes ongeveer 15 minuten in een voorverwarmde oven op 180° C.

Doe er een lintje rond de koekjes om ze op te hangen.

Please follow and like us:

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.