Zomerkoekjes

zomerkoekjes

Deze koekjes maakte ik tijdens een kookworkshop voor kinderen van 4 tot 8 jaar in Eetcafé Toreke. Het recept voor de koekjes is heel eenvoudig en lukt altijd. Ik denk dat bijna alle kinderen het leuk vinden om koekjes te maken. Werk je met hele kleintjes, maak dan vooraf het deeg, zodat ze meteen kunnen beginnen met het duwen van vormpjes uit het deeg. Mijn jongste dochter Laura van anderhalf toen ze me voor het eerst ‘assisteerde’ bij het maken van koekjes.  Grotere kinderen kunnen de koekjes volledig zelf maken.

De kinderen genoten ervan om de koekjes te versieren met mascarpone en hun lievelingsfruit. En even later was alles op …

kookworkshop2 07

Het recept

Voor 16 tot 20 koekjes

Wat heb je nodig?

  • 25 eetlepels (250 g) tarwe- of speltbloem
  • 1 theelepel bakpoeder
  • 6,5 eetlepels (100 g) boter (op kamertemperatuur)
  • 1 ei
  • 9 eetlepels (100 g) suiker
  • een mespuntje vanillepoeder
  • mascarpone
  • zomerfruit (aardbeien, blauwe bessen, aalbessen, frambozen …)

 

Hoe ga je te werk?

Roer de suiker, het vanillepoeder, de melk en het ei door de boter tot een romig mengsel.
Voeg de bloem en het bakpoeder lepel per lepel toe.
Kneed het deeg op een bakmat tot een bol.

Neem een stukje van de bol en rol het met een deegrol op een met bloem bepoederde ondergrond uit tot een lap.
Steek vormpjes uit het deeg en leg deze op een met bakpapier beklede bakplaat.
Bak de koekjes ongeveer 15 minuten in een voorverwarmde oven op 180° C.

Laat de koekjes afkoelen op een rooster.

Smeer een laagje mascarpone op de koekjes en versier ze met stukjes fruit.

koekjes

‘Gestreken mastellen’

Gestreken mastellen
Gestreken mastellen

Dit weekend serveert men zoals ieder jaar ‘gestreken mastellen’ op de Patersholfeesten. Voor mij is het ondertussen een beetje een traditie om aan te schuiven aan een kraampje en een ‘gestreken mastel’ en een kopje koffie te kopen.

Ik houd van eten met een verhaal. Een ‘gestreken mastel’ is een stukje Gentse culinaire geschiedenis. Dit was ‘snoep voor de gewone man’ in een stad vol arbeiderswijken. Ook het Patershol was in de eerste helft van de twintigste eeuw een wijk waar vooral armen en kunstenaars woonden.

Mastellen zijn zachte broodjes gemaakt uit sandwichdeeg met veel kaneel. In het midden van de mastel zit een putje. Kaneel werd vroeger veel gebruikt in gerechten in Gent. De geur van de specerij verjaagt immers insecten, die in het waterrijke Gent overvloedig aanwezig waren.

Een mastel
Een mastel

In de achttiende en negentiende eeuw gebruikte men mastellen als ‘pintje dekje’ (een soort deksel op een glas), zodat er geen insecten in het bier zouden komen. Op het einde van de dag waren de mastellen keihard. Maar niets ging verloren … De mastellen werden een beetje vochtig gemaakt, opengesneden, bestreken met boter, bestrooid met suiker en tussen boterpapier gestreken. De warmte van het strijkijzer laat de boter smelten en de suiker karameliseren.

Lijkt het strijken van mastellen je een beetje omslachtig, dan kan je ze ook bakken in een crocque-ijzer. De mastellen zijn dan wel niet zo plat, maar de suiker en de boter smelt ook en ze krijgen een ‘krokant jasje’.

mastel 2

Met dank aan Lut Depaepe van de Gentse Gidsen.

 

Het recept

Wat heb je nodig?

  • mastellen
  • kandijsuiker
  • boerenboter

 

Hoe ga je te werk?

Snijd de mastellen open en besmeer beide kanten met een dikke laag boerenboter. Strooi er dan een laagje kandijsuiker op en doe de mastellen weer dicht.

Leg een vel bakpapier op de strijkplank en leg daarop de mastel. Bedek de mastel vervolgens met een vel bakpapier.

Strijk verschillende keren met een heet strijkijzer over de met bakpapier bedekte mastel. Draai daarna de mastel om en doe hetzelfde aan de andere kant.

Serveer de ‘gestreken mastel’ onmiddellijk in een servetje.

mastel 3

Mojito ijsthee

Muntmojito

Warme dagen vragen om koele drankjes. Ik probeer zoveel mogelijk gesuikerde dranken te vermijden. Niet alleen voor mezelf, maar ook voor de kinderen (ik kan je verzekeren dat ze zonder een portie suiker al actief genoeg zijn …). Maar soms mag het wat meer zijn dan water. Bijvoorbeeld ijsthee.

Je kunt ijsthee maken met allerlei soorten thee. Laat de thee een nacht trekken in koud water in de koelkast of laat warme thee afkoelen. Daarna voeg je smaakmakers toe (bv. schijfjes sinaasappel, citroen, zomerfruit, munt, verveine). Je hoeft zelfs voor kinderen geen natuurlijke zoetstoffen te gebruiken als je fruitthee gebruikt of fruit toevoegt om de thee op smaak te brengen.

De basis voor deze mojito ijsthee is Turkse appelthee van Pit & Pit. Deze thee bestaat, in tegenstelling tot de appelthee bij de Turkse kruidenier niet uit poeder, maar uit kleine stukjes gedroogde appel. Helena en Laura vinden de appelstukjes zo lekker, dat ze deze als snoepje eten.

De Turkse kruideniers in mijn buurt verkopen ook bundeltjes verse munt. Je kunt de munt het best bewaren in de koelkast, gewikkeld in vochtig keukenpapier of in een papieren zakje. Of pluk munt in de tuin.

Verse munt
Verse munt, van bij de Turkse kruidenier

Het recept

Voor een kan ijsthee

Wat heb je nodig?

  • 2 soeplepels Turkse appelthee – verkrijgbaar bij Pit & Pit
  • een half bosje verse munt
  • een halve limoen

Hoe ga je te werk?

Zet een kan Turkse appelthee en laat deze afkoelen.

Zeef de appelstukjes uit het water.

Snijd de limoen in schijfjes en doe deze samen met de munttakjes bij de thee.

Laat de thee ongeveer een uurtje afkoelen in de koelkast.

Serveer met ijsblokjes.

Ik ga op reis en ik neem mee …

Laura op reis

Het traject is uitgestippeld, de reisboeken zijn gelezen en nu is het bijna tijd om in te pakken en op reis te vertrekken. Ik kijk ernaar uit. Dit jaar maken we voor het eerst een ‘grote reis’ met onze kleine meisjes. We gaan enkele dagen rondtrekken in Ierland en dan een week logeren in een schattig huisje met een gele deur aan de westkust.

De afgelopen jaren is mijn manier van reizen een beetje veranderd. Nu er kinderen zijn, kiezen we voor minder verre bestemmingen en huren meestal een huisje op een afgelegen plek, zodat we kunnen genieten van de rust, terwijl Helena en Laura spelen en wild zijn.

Ook op vakantie heb ik graag de nodige keukenspullen bij de hand. Niet alle keukens zijn immers even goed uitgerust en koken en eten is nu eenmaal belangrijk voor mij …

 

Mijn lijstje

Deze spulletjes neem ik zowel op een kleine als een grote trip mee en zorgen ervoor dat ik me onmiddellijk thuis voel in mijn keuken (of rond het kampeervuurtje).

Keukenmateriaal

  • een aardappelmesje – onmisbaar!
  • een dunschiller
  • een snijplankje
  • een pan (de pannen zijn vaak van slechte kwaliteit)
  • een kurkentrekker, want een glas lekkere wijn hoort nu eenmaal bij vakantie
  • een schaar
  • een plastic pot om gerief voor de picknick in te stoppen
  • lucifers of een aansteker
  • een thermos
  • plastic bordjes voor de kinderen

Smaakmakers

  • een bokaaltje zeezout
  • een kleine pepermolen
  • een bokaaltje met Provençaalse kruiden – Met deze kruidenmengeling kan je veel gerechten op smaak brengen: spaghetti, stoofpotjes, ratatouille …
  • enkele groentenblokjes om rijst, couscous … om smaak te brengen

 

Etenswaren

Als er voldoende plaats is, neem ik van deze etenswaren een portie voor een keer mee, zodat ik bijvoorbeeld geen hele doos rijst moet kopen (die we toch niet op krijgen in onze reisperiode).

  • een gezinsportie couscous (80 g per persoon)
  • een gezinsportie rijst (70 g per persoon)
  • een gezinsportie bulgur of quinoa (80 g per persoon)
  • enkele theezakjes of losse thee en papieren zakjes
  • een bokaaltje met rietsuiker
  • een portie koffie en enkele papieren koffiefilters voor de eerste dag

 

Afwasgerief

  • 4 keukenhanddoeken
  • 4 vodden
  • een sponsje
  • een klein flesje afwasproduct

Kampeerspullen

  • kampeervuurtje
  • gasflesje en vuurtje
  • vuurscherm tegen de wind
  • een kleine kookpot met deksel
  • Italiaans koffiekannetje
  • plastic borden, bestek, bekers
  • een plastic bak om in af te wassen

 

Welke keukenspullen zijn onmisbaar voor jou? Heb je tips om het lijstje aan te vullen? Post dan een berichtje op de Facebookpagina van Kookanje of stuur een mailtje naar info@kookanje.be!

 

‘Romi wafels 2.0’

wafel helena en pepe

Het bakken van kleine zachte wafeltjes was in mijn kindertijd dé specialiteit van mijn pepe. Mijn broer Michaël was zijn vaste helper. Tijdens het bakken fantaseerde hij dat ze samen op de markt in Ieper zouden staan om de wafeltjes te verkopen onder de naam ‘Romi wafels’. ‘Romi’ van Roland en Michaël en omdat de mensen dan zouden denken dat er échte room in de wafels zit …

Nu is mijn vader, ondertussen pepe van zeven kleinkinderen, de wafelbakker. In de eindejaarsperiode bakt hij stapels ‘lukken’. Dit is een West-Vlaamse specialiteit. En gedurende de rest van het jaar zijn het wafeltjes, die heel goed lijken op de ‘Romi wafels’ uit mijn kindertijd. Het oorspronkelijke recept werkte niet meer zo goed in de nieuwe wafelijzers. Pepe bakt de wafels nu met een aangepast recept van Jeroen Meus als leidraad, inclusief de tips van mijn pepe Roland. Het is een ideaal recept voor beginnende wafelbakkers. Als je (per ongeluk) een beetje afwijkt van de hoeveelheden, dan heeft het niet zoveel invloed op het resultaat.

Nog een tip van pepe: ‘Het is heel belangrijk om regelmatig van het deeg te proeven, zodat je zeker weet dat de wafels lekker zullen zijn!’

Helena proeft!
Helena proeft!

Het recept

Wat heb je nodig?

  • 500 g patisseriebloem
  • 400 g margarine (bakken en braden)
  • 300 g griessuiker
  • 6 eieren
  • 1/2 theelepel bakpoeder
  • een eetlepel of een zakje vanillesuiker
  • een snuifje zout

Hoe ga je te werk?

Zeef de bloem en meng deze met de suiker, eieren, bakpoeder, de vanillesuiker en het zout.

Laat de boter laten smelten, maar niet bruin laten worden.

Giet de boter bij de andere ingrediënten en meng tot een smeuïg geheel.

Laat het deeg een half uurtje rusten in de koelkast. Als je het deeg te lang in de koelkast zet, wordt het deeg te hard.

Verwarm het wafelijzer op de hoogste stand.

Leg twee theelepels deeg in een het wafelijzer en bak ongeveer een minuut, afhankelijk of je bleke of donkere wafels verkiest.

Laat de wafels afkoelen op een rooster.

Je kunt de wafels ongeveer anderhalve week bewaren in een koekentrommel.

IMG_7186

Evergemse vlaai

vla

Het seizoen van de kermissen is aangebroken en daar hoort in veel Oost-Vlaamse steden en dorpen een typisch dessert bij: vlaaien. De bekendste zijn ongetwijfeld de Aalsterse vlaaien. Het recept voor vlaaien moet al heel oud zijn. Ze staan bijvoorbeeld afgebeeld op ‘De boerenbruiloft’ Pieter Breugel de Oude schilderde al vlaaien op zijn bekende schilderij uit 1568.

'De Boerenbruiloft' van Pieter Breugel de Oude (1568)
‘De Boerenbruiloft’ van Pieter Breugel de Oude (1568)

Vlaaien worden zelden bij de bakker verkocht, maar thuis gemaakt. Toen er nog niet in elke keuken een oven te vinden was, bracht men de vlaaien wel naar de bakker om af te bakken. Er zijn vele lokale varianten van het recept. Hieronder vind je het recept voor ‘Evergemse vlaai’ van mijn schoonmoeder Francine. Zij kreeg het op haar beurt van haar vriendin Godelieve.

Gebruik voor deze vlaai Lotus speculoosjes, van de bekende Oost-Vlaamse koekjesbakker. Het breken van de koekjes en in stukjes scheuren van de peperkoek is een ideale taak voor kinderen. De kandijsiroop van Candico, een erkend Vlaams streekproduct, geeft de vlaai de donkere bruine kleur.

‘Dan moet alles in een vuurvaste schotel en deze de verhitte oven in. Ondertussen gaat zich reeds de geur door het hele huis verspreiden, de geur van vlaai, van kermis en van boerenbruiloft.’

Uit ‘Eten op zijn Vlaams’, Louis Paul Boon

 

Bij vlaai hoort een tas zwarte koffie. Een plakje vlaai smaakt ook op een boterham.

 

(*) Een Limburgse vlaai is iets heel anders van een Oost-Vlaamse vlaai. Dit is een fruittaart op een licht deeg.

 

Het recept

Voor een vlaai

Wat heb je nodig?

 

Hoe ga je te werk?

Breek de speculoos en de peperkoek in stukjes.

Doe de melk, het ei, de gebroken koekjes en peperkoek in een blender en mix tot je een dik vloeibaar mengsel hebt.

Meng er kandijsiroop bij tot het mengsel een bruine kleur krijgt.

Giet het mengsel in een ingeboterde vorm. Ik gebruikte een vorm met een doorsnede van ongeveer 25 cm en een hoogte van 4 cm. Je kunt het mengsel ook verspreiden over enkele aluminiumbakjes. Meestal wordt vlaai op deze manier op de kermis verkocht.

Bak de vlaai 20 minuten in de oven op 180° Celsius. Laat de vlaai afkoelen in de oven. Door de warmte stijft de vlaai op.

 

Coole ijsblokjes

Ijsblokjes met blauwe bessen en verveine
Ijsblokjes met blauwe bessen en verveine

Fleur water, ijsthee, bloemenlimonade of andere zomerse drankjes op met kleurige ijsblokjes met stukjes fruit (frambozen, blauwe bessen, een stukje sinaasappel of citroen …), eetbare bloemetjes (viooltjes, madeliefjes …) of blaadjes .

Ijsblokjes met frambozen
Ijsblokjes met frambozen

Gebruik afgekoeld gekookt water voor de ijsblokjes. Dit maakt de ijsblokjes mooi helder. Leg in ieder vakje van een ijsblokkenschaaltje een stukje fruit, een eetbaar bloemetje of blaadje. Vul dan met water en vries in.

Ijsblokjes met munt
Ijsblokjes met munt

Dag kraakverse groenten! (deel 2)

Rode biet, wortelen en bloemkool

In mijn blogpost van vorige week vertelde ik over het groentenpakket dat ik bestel via Voedselteams. Deze week lees je wat ik maakte met de spinazie, rode biet, eikenbladsla, bloemkool en wortelen uit het pakket.

Nu ik terugkijk op de week, merk ik dat bijna alle groenten tot een of ander slaatje verwerkt zijn. Het broeierig warme weer zal daar wel voor iets tussen zitten … Spinazie speelde de hoofdrol in ‘Popeye salade’ en de bietjes in een salade met fetakaas. Ik stopte de wortelen als wortelstaafjes, samen met enkele Griekse olijven in de brooddozen. De krop eikenbladsla was goed voor twee keer sla op het menu. Van de gekookte bloemkool maakte ik bloemkoolsalade met lente-uien. Soms moet het gewoon niet ingewikkelder zijn. Ik houd van eenvoudige, pure smaken van goede producten.

 

‘Popeye salade’ (of lauwe quinoasalade met spinazie en tomaat)

Een maaltijdsalade voor 4 personen

popeye sla

Wat heb je nodig?

  • een kopje quinoa
  • 2 tomaten
  • enkele handenvol verse spinazie
  • cashewnoten
  • olijfolie
  • tijm
  • look
  • een mespuntje paprikapoeder
  • een mespuntje groentenbouillon

Hoe ga je te werk?

Snijd de tomaat in partjes en leg deze op een bakplaat. Maak een mengsel van olijfolie, geperste look, paprikapoeder en tijm en sprenkel deze over de tomaten. Kruid met peper en zout en grill een 20-tal minuten in de oven.

Kook de quinoa volgens de aanwijzingen op de verpakking in water met een mespuntje groentenbouillon. Gebruik zeker geen zout, want quinoa krijgt dan een heel zoute smaak.

Roerbak de spinazie heel kort en rooster ondertussen de cashewnoten.

Giet de quinoa af en meng er de spinazie, de tomaten en het tomatensap door. Laat even afkoelen en werk dan af met de geroosterde cashewnoten.

 

Bietensalade met fetakaas

Een bijgerecht

rode biet

Wat heb je nodig?

  • 3 bietjes
  • een half blokje fetakaas
  • enkele takjes verse rozemarijn
  • geroosterde pompoenpitten
  • balsamico
  • olijfolie

Hoe ga je te werk?

Was de bietjes grondig en kook ze in de schil tot je erin kunt prikken met een vork. Afhankelijk van de grootte van de bietjes duurt dit een half uur tot een uur.

Je kunt de schil van gekookte bietjes gemakkelijk verwijderen door erover te wrijven.

Snijd de bietjes in plakjes en giet er een beetje olijfolie en balsamico over. Kruid met peper, zout en rozemarijn. Verbrokkel de feta over de bietjes en strooi er de pompoenpitten over.

 

Saus van bietensteeltjes

Gooi het loof van jonge bietjes niet weg. Je kunt er een lekkers saus van maken. Snijd de steeltjes in kleine stukjes en bak ze met een gesnipperde ui. Voeg een beetje later de in repen gesneden blaadjes toe, samen met een beetje lichte room of sojaroom. Kruid met peper en zout en voeg een beetje citroen toe.

Dag kraakverse groenten! (deel 1)

Rode biet, wortelen en bloemkool
Rode biet, wortelen en bloemkool

Helena denkt dat groenten horen bij een kerk. Iedere vrijdag halen wij immers een groentenpakket af in de Sint-Jozefkerk in de Gentse Rabotwijk. Deze is een van de mooiste depots van Voedselteams. Voedselteams is een netwerk van lokale voedselteams en duurzame producenten.

voedselteam

Voor mij is het kopen van een groentenpakket via Voedselteams is een bewuste keuze. De biologisch-dynamische boerderij De Zonnekouter (Machelen-aan-de-Leie) stelt het pakket samen met groenten van de eigen boerderij of bioboeren uit de omgeving. Dit zorgt ervoor dat er weinig of geen tussenschakels zijn. De groenten leggen geen lange omzwervingen af in vrachtwagens, opslagplaatsen en koelcellen, maar komen van het veld op je bord terecht. De landbouwer krijgt een eerlijke prijs voor zijn product. Op deze manier bied je kleinschalige landbouw in Vlaanderen een toekomstperspectief. Een nieuwsbrief vertelt wat er op en rond het veld gebeurt. Op deze manier voel ik me verbonden met de producten die ik eet. Het is niet zomaar een bloemkool, maar een bloemkool die met liefde en aandacht geteeld is.

Bloemkool
Bloemkool

Het aanbod in het groentenpakket is seizoensgebonden en varieert wekelijks. Seizoensgroenten en -fruit smaken beter, zijn goedkoper en beter voor het milieu. Bovendien zorgt het eten van seizoensgroenten en –fruit ervoor dat je lichaam precies krijgt wat het nodig heeft: in de lente frisse, groene groenten (bv. spinazie, sla, radijzen), verkoelend voedsel (bv. komkommer, tomaat, sla) in de zomer, aardend voedsel (bv.pompoen, wortels, pastinaak) in de herfst en stevige, verwarmende kost (bv. kolen, stoofpotjes) in de winter.

Het is fijn om doorheen de seizoenen nieuwe groenten te leren kennen of ‘vergeten groenten’ te herontdekken. Ik geniet ervan om te experimenteren en op zoek te gaan naar een passend recept. En als de inspiratie ontbreekt, vind je enkele recepten bij het pakket.

 

Ik kijk er alvast naar uit om te proeven van de bloemkool, wortelen, spinazie, rode biet en sla in ons pakket! In de blogpost ‘Dag kraakverse groenten!’ (deel 2) lees je op welke manier ze bij ons op tafel gekomen zijn.

Spinazie
Spinazie

 

Praktisch

Wortelen
Wortelen

Je kiest voor een klein of een groot groentenpakket, een fruitpakket of een gemengd pakket (groenten en fruit). Aan het begin van het jaar kan je ook een jaarabonnement nemen.

  • Om te bestellen bij Voedselteams moet je lid zijn. Hier vind je een overzicht van de Voedselteams in je buurt.
  • Je bestelt je groenten (en/of andere producten) een week vooraf. Iedere week bestellen hoeft niet, maar dat zorgt wel voor inkomenszekerheid voor de producent.
  • De producent stelt een pakket samen.
  • Op woensdag kan je op website van de producent lezen wat er in je pakket zal zitten.
  • Op vrijdag haal je je bestelling af.
Kropsla
Kropsla